|
Ettie Huizing begon haar loopbaan als onderwijzeres. Ze trouwde met een
stuurman bij de grote vaart, en kreeg na haar huwelijk, eervol ontslag(!).
Ze voer enige tijd met haar man mee, totdat haar eerste kind zich aankondigde.
In totaal kreeg ze drie dochters. Ze haalde de akte Buitengewoon Onderwijs
en werkte een aantal jaren als remedial teacher. In de jaren '80 begon
ze te schrijven. Aanvankelijk maakte ze interviews voor regionale bladen,
daarna werkte ze mee aan twee boeken over het verzet in Groningen tijdens
WO II: 'Verzet in Groningen' (Wolters/Noordhoff, 1986) en 'De nadagen van
het Verzet' (Kok-Kampen, 1990). Vervolgens beschreef ze een aantal ervaringen
met de kinderen uit de remedial teaching, hetgeen resulteerde in: 'De deur
gaat open', negen geschreven kinderportretten (Kok-Kampen, 1991). Ten slotte
publiceerde ze: 'Wie het Geweten heeft, het levensverhaal van Siep Adema,
opgetekend door Ettie Huizing' (Sun, 1994) en 'Wally Tax. Tot hier en dan
verder. Een montage van Ettie Huizing' (Sun, 1998)
Met 'Adriana, mijn varkentje' begeeft ze zich voor het eerst op het terrein
van het kinderboek. Ze is zich ervan bewust dat de literatuur voor kinderen
geen aanhangsel is van de literatuur voor volwassenen en dat het schrijven
van kinderverhalen hoge eisen stelt aan de auteur. Enkele belangrijke
criteria zijn volgens haar: een spannende fantasiewereld uitbeelden, die
toch raakpunten heeft met het alledaagse leven; invoelbare situaties en
emoties beschrijven, waarbij een negatieve lading niet per se vermeden
hoeft te worden. Ze heeft een grondige hekel aan opgeklopt taalgebruik,
maar wil ook niet star vasthouden aan een al te eenvoudige stijl. Soms
vindt ze dat de taal aan schoonheid wint door het gebruik van woorden
die een mooie klank in zich bergen, ook al liggen ze misschien niet volledig
binnen het begripsvermogen van het kind. Ze herinnert zich hoe ze als
kind voor zichzelf vaak een zin uit een verhaal citeerde, puur om het
genot van het uitspreken ervan.
De fantasie heeft haar denken altijd beïnvloed, meer dan het denken haar
fantasie. Ze houdt van vertellen. Als vroeger het verteluurtje in de klas
daar was, vroeg ze vaak aan de kinderen wat ze wilden: een verhaal uit
een boek, of een verhaal uit haar hoofd. Meestal kozen de kinderen voor
een verhaal uit het hoofd van hun juf. Later woonde ze een aantal jaren
op het platteland in Frankrijk. In de rust en de stilte die ze daar vond,
bedacht ze opnieuw een verhaal, nu voor haar kleinkinderen. Dit verhaal
schreef ze op.
|