|
Tsafrira
vertelt het volgende over zichzelf:
'Ik ben in 1951 in Israël geboren
en ik heb tot mijn achttiende in een kibboets gewoond. Dit betekent dat
ik vanaf mijn geboorte niet bij mijn ouders heb gewoond, maar met leeftijdgenoten
in een groepshuis (nu is het gelukkig anders). Ik zag mijn ouders wel
iedere dag een paar uur.
Mijn vader is in Duitsland geboren en is op zijn dertiende met zijn ouders
en zijn zus naar Israël gegaan. Hitler was toen al een jaar aan de macht
en zijn vader was ontslagen, omdat hij een jood was.
Mijn moeder is in België geboren en is op haar elfde met haar familie
uit Brussel gevlucht, toen de Duitsers België binnengevallen waren. Zij
zijn via Frankrijk, Spanje en Portugal uiteindelijk naar Engeland gegaan
en daar de rest van de oorlogsjaren gebleven. Na de oorlog deed mijn vader
vluchtelingenwerk in Europa en zo heeft hij in Brussel mijn moeder leren
kennen.
Na de middelbare school ben ik twintig maanden in militaire dienst geweest
en in die tijd heb ik in mijn vrije uren voor mijn eindexamens gestudeerd,
omdat we dat in de kibboets niet mochten om ideologische redenen. Leren
om cijfers te halen was uit den boze in de kibboets (nu is dat gelukkig
anders).
Na militaire dienst heb ik de kibboets verlaten en ben ik in Tel-Aviv
gaan studeren (psychologie, filosofie en een jaar film en televisie),
waar ik mijn huidige (Nederlandse) man heb leren kennen. Mijn studie psychologie
heb ik in Groningen afgerond. Ik woon vanaf mijn vijfentwintigste in Nederland
en heb drie kinderen, een dochter en twee zonen.
Naast schrijven werk ik parttime als psychotherapeute met voornamelijk
ex-verslaafden, mensen die vaak een ellendige jeugd hebben gehad. Schrijven
doe ik sinds ik het kan, eerst in mijn moedertaal Hebreeuws (o.a. vijf
jaar freelance journaliste voor een Israëlische krant die nu niet meer
bestaat), later in het Nederlands. Ik maak af en toe nog taalfouten, maar
ik voel me doorgaans al redelijk thuis in deze 'pleegmoedertaal'.'
In
2000 verscheen Tsafrira's eerste dichtbundel voor volwassenen: 'Morgen
weet niemand'.
|